In mijn ouders voetsporen

Een man loopt op blote voeten langs het terras, met een plastic tasje groenten in zijn hand. Hij ziet er niet uit als iemand die graag op blote voeten loopt. Je verwacht hem eerder in militair schoeisel. Hij kijkt morsig, zeg maar rustig nurks. Zo’n man die weinig lijkt te glimlachen is een verrassing op blote voeten. Mijn moeder zag er ook nooit uit als de hippiemeisjes van haar tijd. Toch ging zij vaak op blote voeten boodschappen doen in Duitsland, als de koelkast aan boord van onze Frankie-A weer eens bijna leeg was. Keihard eelt kreeg zij door ons te moeten voeden. Ma heeft dat eelt nog altijd. Ik probeer mij haar voor te stellen, op zo’n mooie zomerse dag als vandaag. Daar loopt zij, door Mannheim of Stuttgart: rijzig en met grote bruine ogen. “Mooie lange vrouw, wild heb ik je gevonden en woest zal ik je verlaten,” zei mijn vader dan grappend maar vooral liefdevol. Dat is mijn vader goed gelukt, ons woest te verlaten. Hij is bij mij thuis doodgegaan, zittend naast mij op de bank. Mijn gade en mijn moeder waren er ook bij. Mijn broertje niet. Pas toen mijn vader stierf, heb ik gevoeld hoe zwaar hij eigenlijk was. Voorzichtig lieten wij hem vanaf de bank op de grond glijden. “Neem jij zijn slippers maar,” zei ma diezelfde avond nog tegen mij – in shock. Als het mooi weer is en ik op mijn vaders slippers door de stad loop, denk ik aan mijn moeder op haar blote voeten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

HTML tags are not allowed.