Hippiedingen

Mijn moeder Jaqueline (inderdaad: zonder ‘c’) deed aan boord vaak op blote voeten boodschappen. Ik denk wel dat mijn vader dat raar vond, als ze zo op een mooie zomerse dag door Mannheim of Stuttgart liep. Ze was geen hippie, maar dat hadden die Duitsers natuurlijk goed kunnen denken. Het waren tenslotte de jaren zestig en onze oosterburen hadden al een geruchtmakend bezoek van The Doors achter de rug. Moeder was geen bloemenkind maar vond heel veel hippiedingen wel leuk. Veel van die hippiedingen vond ze zelfs gezonder dan drank, bijvoorbeeld. Hippies vochten bovendien zelden tot nooit want werden niet agressief van hun pleziertjes. Plus maakte dat volkje echt wel leuke muziek en dat wilde moeder wel eens van dichtbij meemaken. En niemand die daar bezwaar tegen had. Het was 11 maart 1977. Onze Frankie-A was alweer zo’n twee jaar geleden verkocht en het leven aan de wal kreeg steeds meer voordelen. Met vrienden wilde ik naar een concert van spacerockband Hawkwind, in Paradiso. En mijn moeder wilde wel mee. En ze ging niet zomaar mee, nee. Ze nam ook haar breiwerk mee. Mijn vrienden wisten intussen wel wat zij aan mijn moeder hadden. Dus zij keken daar niet van op, van dat breiwerk. Niet meer sinds DJ Sjak eenieder al getrakteerd had op een exotische mix van Ramones, Perry Como, Hawkwind en James Last. James “Hansi” Last coverde zelfs met zijn orkest Hawkwind’s “Silver Machine”. Een gebeurtenis in tijd en ruimte waar ik nog wat geestverruimende herinneringen aan overhield. Maar daar vertel ik een volgende keer wel over. Hoe dan ook, ma wilde Hawkwind wel een keer live zien en vooral Silver Machine een keer live horen …. zekers te weten. Aldus geschiedde. Ma mee. Het concert van de Engelse spacerockband was wederom oorverdovend. Maar ja, wij waren met de gehele familie gewend aan boord bovenop een dieselmotor te slapen, en dat leek wel een beetje op Hawkwind. Wij stonden midvoor in de zaal, maar moeder besloot aan de kant gaan te zitten. Last van haar benen. Daar zat ze dan, met een grote glimlach gezellig richting podium te breien. Tussen een groep motorrijders, later bikers geheten. I’VE GOT A SILVER MACHINE!!! Ma’s avond kon niet meer kapot.

Op een gegeven moment elleboogde een van mijn vrienden mij: moet je nou eens kijken …. Een biker tikte van links mijn breiende moeder op haar schouder en bood haar een joint aan. Nog altijd glimlachend legde mijn moeder haar breiwerk in haar schoot, zei overduidelijk lippend ‘nee dankje’, nam de joint aan, gaf deze door aan de in leren jas gehulde biker rechts van haar, pakte haar kluwen wol weer op uit haar schoot en ging verder met breien. Even later kwam de joint terug en weer gaf ma die door. Al zeker een Hawkwindnummer lang keken mijn vrienden en ik naar het ritueel in de luwte van de Paradisozaal. Het toneelstuk ging door totdat de joint op was. Moeder was vol lof over de avond, op de weg terug naar huis, en wij dachten: we weten wat we hebben gehoord, maar eigenlijk niet goed wat we hebben gezien. Waarom geen joints doorgeven als er in de voetbalkantine ook bladen vol bier en borrels rondgingen? vond ma. Dus mochten haar zoons thuis geen wierook afsteken?! Althans dat vertelde ze dan tegen mijn vader, dat het “wierook” was, als pa zich weer eens afvroeg wat hij daar toch rook?! Ma vond: als wierook goed was voor The Beatles, en Hawkwind daarvan nummers als Silver Machine ging schrijven, dan was het zeker ook goed voor haar zoons.

← Terug naar Schrijver