De knaap, de maagd en het huwelijksbootje

Wij hadden ooit een matroos die nogal snel last van lentekriebels had. Het kon nog maar net een paar dagen mooi weer zijn, of het zweet brak ‘m langs alle kanten uit bij het zien van alle fladderende zomerjurkjes, benen en borsten. Hij hoefde maar een bezemsteel in een jurkje te zien, of hij vroeg al aan mijn vader: ‘Schipper! Hebbie een voorschot voor me?!’ En hij stond al aan de wal. Ik weet nog wel dat hij mij tot mijn jeugdige schrik een paar vieze boekjes liet zien. Wawasdadan?! Zijn voorwoning róók gewoon naar die boekjes. Toen hij zou gaan trouwen voer de aanstaande bruid op een dag met ons mee ….

Zij was vroom en protestants en een vroom meisje sliep nou eenmaal niet bij haar aanstaande man totdat er getrouwd werd. Geen seks voor het huwelijk. Een logeerbed was er niet aan boord. Dus kleine Frankie moest de maagd van logies voorzien in zijn riante, tweepersoons opklapbed. “Tante” moest ik haar noemen. Daar lag ze dan naast mij, mijn tante. Dat betekende geen Captain Marvel, geen Buck Danny, geen Guust Flater lezen. Ja, misschien onder de dekens. Nou, daar ging heel wat anders gebeuren. De nachtelijke stilte was aan boord nog maar net neergedaald of hare vroomheid zat al met haar hand op een plek waar vrome meisjes vóór het huwelijk de hand helemáál niet horen te hebben. Voor het eerst van mijn leven werd ik mij bewust van een merkwaardig rijzende kwestie, al was zijn belang maar van bescheiden omvang. Na enige genoeglijke momenten golfde er een vreemd spasme door mij heen, al was het kalf nog te jong om melk te geven. Ik las plots meters stripboeken – met name stewardessenstrip Natasja fladderde in borstig zomerjurkje voor mijn geestesoog langs. Ik snelde in een achtbaan van vertier door een kosmos van ongekend plezier, door het goede werk van mijn tante. Ik zag caleidoscopische kleuren – ik zwierde! Jaja, ze kon ze laten wapperen, die vrome handjes. Als dit geen seks voor het huwelijk was, nou, dan wilde ik ook wel trouwen.

← Terug naar Schrijver