De piepende plant

Helemaal overstuur kwam de buurvrouw binnengelopen. ‘Die plant die ik gekocht heb, maakt geluid. Griezelig gewoon.’ Ik kon mijn ogen niet van buurvrouws hijgende boezem afhouden. Twee konijnen leken een slaapplaatsje in haar bustehouder te zoeken. Ik was leerplichtig en kreeg seksuele voorlichting. Het waren de jaren zestig. ‘Nou, laat die plant maar eens zien dan’, zei oma en duwde de buurvrouw al richting deur. Ik erachteraan. De buurvrouw liet een verfrommeld prutje in een steenrode pot zien. De konijnen in haar bh sliepen nog steeds niet. ‘Als ik die plant water geef, gaat ie piepen’, zei ze. ‘Geef mij eens een gieter dan’, zei oma. ‘Hoor je dat?’ Nog een keer begoot oma de plant en weer begon deze te piepen. Oma Jetje porde in het vuilgroene goedje. ‘Jezusmarante’, schoot ze omhoog. ‘D’r zit iets in?!’ ‘Wat?!!’ De buurvrouw slaakte een kreet, graaide de bloempot uit de vensterbank en kieperde die subiet over de rand van het balkon. We keken alledrie meteen naar beneden. Piepkleine kriebelbeestjes zwermden alle kanten uit. Het waren babyspinnetjes.

Dat jaar terroriseerden ze, groter gegroeid, de stad na een zachte winter. Met een bananenboot waren ze in nooit vastgestelde getale naar Rotterdam gekomen.

Lang nadat opa was overleden wees oma mij op een avond op een prachtig groot spinnenweb achter de garage. Ze vertelde mij dat een net geweven web altijd vertelde waar de wind de volgende dag vandaan kwam. En dat ze nooit meer bustehouders kocht. Want ze had toch niks meer om in een bh te doen.

Diezelfde nacht nog droomde ik van piepende spinnetjes omdat ik een frommelig, ietwat hallucinerend plantengoedje had gerookt. De konijnen sliepen vredig.

← Terug naar Schrijver