VAN DE AAP UIT DE MOUW

Dit jaar word ik zestig en ben ik twintig jaar samen met mijn vrouw. We zijn nu vijf jaar getrouwd. Dit jaar, met dat sciencefictiongetal 2020, komt ook mijn rock & rollbundel “de Aap in de Asbak” uit. Een persoonlijke mijlpaal. Want met muziek begon het leven. Mijn vijf jaar jongere broer en ik zijn opgegroeid aan boord van een binnenvaartschip. Ik geloof erin dat hij daarom bassist is geworden en ik drummer (later zanger). We vielen namelijk ’s avonds in slaap op de cadans van motor en schroef. Dat maakte muzikaal. Dat besefte ik pas jaren later, eigenlijk. Toen Iggy Pop een anekdote op de beeldbuis vertelde. Zo heette dat toen nog: beeldbuis. Hij zei dat hij muziek was gaan maken door de assemblagebanden van een autofabriek achter het ouderlijk huis in Detroit. Het kedengedeng-kedengedeng van Guus Meeuwis zeg maar, maar dan anders. Hoe dan ook: muziek van groot belang gaan maken heeft vaak een oerknal als oorzaak. Mijn broer is inmiddels ver verwijderd van die oerknal. Na een leven als beroepsmuzikant is hij tegenwoordig beroepsschipper en staat hij op tijden op waarop hij als muzikant naar bed ging. Ik kan me nog zo’n lange nacht herinneren. In another galaxy, far, far away. Hij stond op een podium in het Duitse Essen en ik lag op bed voor de beeldbuis in Nijmegen. De zender stond aan op het legendarische muziekprogramma Rockpalast. Terwijl mijn broer op dat moment zijn coolness bewaarde in een kleedkamer, was ik degene die van de zenuwen in bed lag te zweten. Mijn broertje zou op tv komen! Bij Rockpalast nog wel! Hoe vaak hadden wij samen niet op ons buik voor de tv gelegen om dat programma met kloppend hart te bekijken. ‘Je broer draagt altijd een aap op zijn rug, als hij op het podium staat’, zei moeder dan altijd. We hadden vaak samen op het podium gestaan, broeders en ik, maar onze wegen hadden zich gescheiden. We hadden ieder onze eigen planeet ontdekt. Mijn broer wilde muziek maken en ik voor altijd schrijven. Op het scherm ontpopte zich een rockster. Hij stak een halve meter boven de rest van de band uit, op dat maar al te bekende Rockpalastpodium. Ondanks zijn aap. Achter hem hing dat maar al te bekende Rockpalastlogo. Het was diep in de nacht, mijn toenmalige vriendin sliep al. Dus we waren samen, mijn broer en ik, met z’n tweetjes. HeadCrash heette de band waar hij in baste. Want dat heb ik nog niet verteld, dat hij in een groep met die naam basgitaar speelde. Jaren later zouden we nog een keer samen muziek maken. Zij het kortstondig. Voor die gelegenheid speelde hij geen basgitaar maar gitaar. We speelden op de begrafenis van Herman Brood. Nou ja: in een setting die de Amsterdamse zender AT5 voor die gelegenheid had gemaakt. Het was mooi om dat samen met mijn broer te doen. Tijdens het nummer dacht ik eraan hoe ik ooit op kosten van Herman een gokje mocht wagen in het Nijmeegse Holland Casino. Ook dat was mooi om mee te maken. Ik had Neerlands rock & rollheld geïnterviewd inzake het overlijden van undergroundschrijver William S. Burroughs. Deze Amerikaanse auteur schreef een favoriet boek van Herman: “Junkie”. Waarom dat zijn favoriete boek was, moge evident zijn. Herman was aardig en voorkomend. En ook verlegen, enigszins tot mijn verbazing. Toen iemand hem in het casino weer eens niet minder verlegen had benaderd voor een handtekening, verdween Herman even naar de wc. ‘Even wat ruggengraat maken’, zei hij wat loensend en lachend. Zijn mouw schoof omhoog. “Up & Dim” stond er op zijn arm getatoeëerd. Nu was hij dood door al die dope en ik maakte met mijn broer een opname voor AT5. Nadat mijn moeder de video-opname had gezien – zo heette dat toen nog: video – kreeg ik een brief van ma. In de envelop zat ook een tientje. Ze hoopte dat ik niet boos zou worden, schreef ze, maar ik moest toch echt naar de kapper. Niet omdat ik lang haar had, maar omdat ik er op tv zo slonzig uit had gezien. Me laten scheren was misschien daarom ook wel een goed idee. Ik had een beter idee. Met het tientje ben ik diezelfde middag nog naar het café om de hoek gegaan. Om speciaal bier te drinken van dat tientje. Drinkend keek ik in de immense kroegspiegel die schuin gekanteld boven mij hing. Rocksterren hebben spiegels nodig. Schrijvers zijn beter af met papier. Moeder had gelijk. Herman Brood had er zelfs dood nog beter uitgezien.

← Terug naar Schrijver