Uit balans

Geloof niet dat ik echt veel spijt heb in mijn leven iets wel of niet te hebben gedaan. Heb tenslotte de kans gekregen van een uitvreter schrijver te worden en ken het grote geluk mijn huidige vrouw Manon te zijn tegengekomen. Waar ik wat minder tevreden over ben, is de constatering dat ik toch altijd te veel hoofd ben geweest en te weinig lichaam ben gebleven. Ondanks mijn vroegere werk als binnenvaartmatroos. 

Eenmaal aan de wal ging ik nachtdiensten draaien bij een zware pakkettendienst. Na het werk kocht ik altijd een sixpack om met een biertje in de hand het ochtendjournaal te kijken. Dat klink romantisch en dat was het ook. Daarna ging ik schrijven en viel met het ochtendgebeier van de Stevensklokken in slaap. Ondanks de alcohol verkeerden mijn lichaam en geest wel in een soort balans. “Ik schreef met mijn vuisten”. Het was de Nijmeegs-Indische schrijver Tjalie Robinson die ooit zoiets zei, geloof ik. Inmiddels is het eelt al lang uit mijn knuisten verdwenen. Heb alleen nog wat knoestige sporen in de kommen van mijn handen veroorzaakt door drumstokken. Een onwaardige schipperszoon voel ik mij soms daarom. Al schrijf ik mijzelf een slag in de rondte over mijn afkomst. Dat krijg je nou eenmaal als je ouder wordt. Ik ben tenminste nog ouder geworden. 

Nog net heb ik de kans gekregen het vak van schrijver uit te oefenen voordat ik rotte plekken krijg. Want het stadium van laatbloeier ben ik wel gepasseerd. Nu heb ik ook nog Corona gekregen. Zie je nou wel: geen weerstand. Het lot van onze laatste twee, drie generaties hier. Russen hebben daar weinig last van, geen weerstand hebben. Al eeuwenlang niet. Ik heb ze een keer van dichtbij meegemaakt. Gelukkig niet in de strijdbare situatie. Wel op de vaart. Ik zat op de kleine, zij op de grote vaart. Het waren tenslotte Russen. De Koude Oorlog was nog gaande, misschien al wat aan het ontdooien. Ze waren aardig bruut maar ook onverwacht aardig. We konden het met elkaar vinden. Verbonden door de gemeenschappelijke liefde voor een zeker straf drankje. Op een eiland kunnen verschillende culturen beter met elkaar uit de voeten dan van natie tot natie bovendien. In die besloten wereld van een schip begrepen we mekander. 

We waren elkaar tegen het lijf gelopen in de haven van Antwerpen en ik werd meteen in de maling genomen. Dat zat ‘m in mijn ogen. Die hadden nog nooit iemand iets aangedaan en dat zijn ze ook niet van plan. En dat zagen ze, die Russen. Voor een borrel werden ik en de andere matroos van ons schip op hun schip uitgenodigd. Bij ons is een borrel een glas. Voor Russen is dat blijkbaar een hele fles. Een paar flessen eigenlijk. We hadden beloofd wat erotische lectuur uit het Westen mee te nemen. Softerotische tijdschriften en andere prikkelende blootblaadjes. In ruil kregen we, tot onze verbazing, een paar halve liters puike wodka. Dat was royaal beloond?! Plus mochten we niet eerder weg voordat de voorraad op tafel, hun eigen slobber, ook soldaat was gemaakt. Heel gastvrij natuurlijk. Maar catastrofaal voor de werkprestaties van deze gespierbalde breinaalden de volgende dag. De Russsiche armen waren imponerend. Ik ben hun namen vergeten. Naast erotische lectuur kenden ze hun nationale schrijvers ook graag. De citaten vlogen over tafel. Daar verstonden we natuurlijk niks van. Maar het was duidelijk wie de auteurs ervan waren. Schrijvers die het moeizame en tragische Russsische leven pincetnauwkeurig hebben beschreven. Hun schrijvers. Zo was het en niet anders. De dodelijke waarheid. Daardoor ging ik bijvoorbeeld later op zoek naar hun jong gestorven dichter Boris Rizji. Die niet alleen prachtige gedichten maakte, maar ook voetbalhooligan was. Maar toen was de Muur al lang gevallen. 

En wij in Europa denken Russen op de knieën te krijgen?! Dat zal nooit gebeuren. Niet bij ons leven en welzijn. Het was een Europeaan die “Lord Of The Flies” schreef. Het is altijd een Rus geweest die in dat boek heeft geleefd. We dronken en het werd ochtend. Totdat het emotionele afscheid kwam. Echt tranen. Nooit meer heb ik die Russische kerels gezien.

Afgelopen week heb ik me afgevraagd wat er van ze geworden is. Het is al lang geleden natuurlijk. Maar als ik aan hèn denk, krijg ik zonder wodka nog steeds een warm gevoel in mijn buik. Die mooie brute mannen van een beschaving van tranen, schrijvers en krijgers. Uit dat onmetelijke Russische Rijk dat nu soldaten naar Oekraïne heeft gestuurd om slagers en beulen van hen te maken. Op bevel van de blaffende macht die dood en verderf zaait vanachter een lange tafel.      

← Terug naar Schrijver